woensdag 23 oktober 2024

23-01-2010 Addo Elephant National Park

 


Eerste kennismaking met het Addo Elephant National Park.

Het Nationaal Park Addo Elephant is een Zuid-Afrikaans wildpark nabij Port Elizabeth. Het park is een van Zuid-Afrika's twintig nationale parken. Het park ontvangt ongeveer 120.000 bezoekers per jaar. Ongeveer 54% zijn internationale bezoekers uit hoofdzakelijk Duitsland, Nederland en het Verenigd Koninkrijk. Het oorspronkelijke gedeelte van het park is in 1931 gesticht om een veilige haven te bieden voor de overgebleven elf olifanten in de omgeving. Het park huisvest vandaag de dag meer dan 450 olifanten, 400 buffels, meer dan 48 bedreigde neushoorns, alsook een verscheidenheid aan antilopen, leeuwen en hyena's. Een unieke soort in dit gebied is de mestkever Circellium bacchus, die niet kan vliegen. Qua plantengroei staat het park bekend om zijn dichte spekboombegroeiing. Deze struik wordt ook wel olifantskos (olifantenvoer) genoemd. Het gebied behoort tot de ecoregio van het zuurveldstruikgewas.


We waren nauwelijks op het park of we zagen deze groep olifanten. De savanneolifant (Loxodonta africana) is de grootste en bekendste van de twee Afrikaanse olifanten (Loxodonta). Voorheen werd de verwante bosolifant (Loxodonta cyclotis) beschouwd als een ondersoort van de savanneolifant, maar tegenwoordig worden de twee dieren beschouwd als aparte soorten. De wetenschappelijke naam van de soort werd in 1797 gepubliceerd. De savanneolifant is het grootste landdier ter wereld. Een stier weegt tussen de 4000 en 6300 kilogram, een koe tussen 2200 en 3500 kilogram. Het dier wordt 240 tot 340 centimeter hoog en 600 tot 730 centimeter lang. De staart is één tot anderhalve meter lang. De dikke huid is meestal grijs of bruin van kleur. Sommige exemplaren hebben een roze huid, vaak in vlekken, soms over de gehele huid. Door met de grote oren te wapperen kan de olifant het lichaam afkoelen. De oren zijn relatief dun en rijk doorbloed, waardoor de opgewekte luchtstroom het bloed doet afkoelen. Ook op andere plaatsen op het lichaam liggen de aders dicht onder de huid. De olifanten kunnen de bloedtoevoer naar deze plaatsen doen toenemen, waardoor het bloed afkoelt. De olifant slaagt er zo in de lichaamstemperatuur rond de 36 °C te houden. 
De grote, naar voren gebogen slagtanden verschillen per individu van vorm en grootte. Ze groeien het hele leven door, maar niet bij ieder individu in dezelfde mate. Zowel mannetjes als vrouwtjes hebben slagtanden. De poten zijn hoog en zuilvormig en rusten op kussentjes. Deze kussentjes zijn zeer zacht, waardoor het dier nauwelijks geluid maakt bij het voortbewegen. De pootafdrukken zijn per individu verschillend. Tijdens het lopen hebben de dieren steeds drie poten op de grond. Een olifant die ernstig gewond raakt aan een van de poten is niet meer in staat zich voort te bewegen en daarmee ten dode opgeschreven.







Zuurveldstruikgewas.


Knobbelzwijn (Phacochoerus africanus) of wrattenzwijn.



Zeer tegen de zin van mijn vrouw heb ik deze foto eerst genomen voor ik wegreed. Deze olifant voelde zich gestoord in zijn privacy. en kwam met veel geluid en klapperende oren op ons af. Nog langer stilstaan was dus niet slim.

de mestkever Circellium bacchus
Deze mestkever is beschermd. Als wordt ontdekt dat je bijvoorbeeld over een kever heen rijdt, dan volgt een aanzienlijke boete. 



De kafferbuffel (Syncerus caffer) of Afrikaanse buffel is een Afrikaans rund, de enige nog levende soort uit het geslacht Syncerus. Het dier maakt deel uit van de grote vijf. De kafferbuffel heeft een slechte reputatie. Hij is onvoorspelbaar en kan gevaarlijk zijn voor jagers en mensen die te dichtbij komen, soms met de dood tot gevolg. Meestal loopt het dier echter weg bij gevaar. Er zijn twee grote morfologische groepen, de savannebuffels en de bosbuffel. De kafferbuffel is een grote, sterke buffel met korte poten, een gespierde nek en een grote kop met een brede snuit en grote oren. Het is het grootste holhoornige hoefdier van Afrika. Hij heeft een korte vacht. Volwassen kafferbuffels zijn meestal rood tot donkergrijs of zwart. Jongere dieren zijn meestal roodachtig bruin van kleur. De onderzijde en de kin zijn lichter van kleur, tot roomwit. De staart is lang en eindigt in een zwarte kwast. De oren zijn groot, rond en met kwastjes. Zowel mannetjes als vrouwtjes hebben zware, zijwaarts krullende hoorns. De hoorns zijn goede wapens tegen predatoren. De grootte en vorm van de hoorns verschillen per regio, ondersoort, geslacht en leeftijd. Oude stieren hebben de grootste hoorns.



Landschildpad (soort bij mij niet bekend)

Restant van ???



De grote koedoe (Tragelaphus strepsiceros) is een grote antilope uit oostelijk en zuidelijk Afrika. Het is een van de twee soorten die 'koedoe' wordt genoemd, en behoort tot het geslacht Tragelaphus (schroefhoornantilopen). De grote koedoe is een zeer grote antilopesoort met een vrij lange nek.De mannetjes worden groter dan de vrouwtjes. Enkel het mannetje draagt lange, spiraalvormige hoorns, die na zes jaar volgroeid zijn en 100 tot 170 centimeter lang kunnen worden. Ook heeft het mannetje een rij lange franjeharen van de keel naar de hals. De grote koedoe leeft in droge boom- en struiksavannes, dichte struwelen en open bossen in de heuvelachtige streken van zuidelijk en oostelijk Afrika. In de regentijd komt hij voornamelijk in open boomsavannes voor. 's Nachts begeeft de koedoe zich in deze tijd ook op de open grassavannes om daar te grazen. In het droge seizoen trekt de koedoe zich terug naar bossen en struwelen nabij stromend water, en hoog de bergen in.


Een grenadierwever bekijkt ons vanaf veilige afstand.






De dieren hebben altijd voorrang.

Voorbeeld van het imposante landschap.

's Avonds bij de B&B werden wij door het wild gespot....





Geen opmerkingen:

Een reactie posten

29-01-2010 Laatste dag voor deze reis.

  Nog even genieten Het zit er bijna op. We nemen afscheid van Knysna en zetten koers naar George, waar we het vliegtuig nemen naar Johannes...